Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
uitgaan
Hij gaat elke ochtend het huis uit.
uitgaan
Ik ga vanavond met mijn vrienden uit.
uitkomen, ontspruiten
De bloemen komen in de lente uit.
ontsnappen aan, zich bevrijden van
Het land probeert uit de economische crisis te komen.
uitkomen
De nieuwe film komt volgende week uit.
afstuderen, de studie afronden
Zij gaat dit jaar van de universiteit afstuderen.
eruit halen
Hij haalt zijn portemonnee uit zijn zak.
uitbrengen, publiceren
De groep brengt deze maand een nieuw album uit.
uitsteken,tevoorschijn komen, معلوم بودن
Zijn overhemd steekt uit zijn broek.
zich verspreiden, uitstralen
Een goede koffiegeur komt uit de keuken.
overtreffen, afwijken
Hij kwam tijdens de discussie van het onderwerp af.
voortkomen uit, resulteren uit
Dit succes komt voort uit meerdere jaren werk.
behoren tot, lid zijn van
Komt uit een familie van muzikanten.
naar buiten brengen, buiten brengen
Hij haalt zijn zoon uit school.
beheren, aanpakken
Kwam uit zijn financiële problemen dankzij zijn werk.



























