faux
faux
fo
fo
seautopogrosciao

Definitie en betekenis van "faux"in het Frans

01

verkeerd, onjuist

qui n'est pas correct, exact ou conforme à la réalité 
faux definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus faux
vergrotende trap
plus faux
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
faux
mannelijk meervoud
faux
vrouwelijk enkelvoud
fausse
vrouwelijk meervoud
fausses
Voorbeelden
Sa réponse est faux et doit être corrigée. 
02

nep, vals

qui n'est pas authentique ou vrai 
faux definition and meaning
Voorbeelden
Il porte un faux diplôme. 

Hij draagt een vals diploma.

03

vals, onjuist

qui ne correspond pas à la vérité ou à la réalité, mensonger 
faux definition and meaning
Voorbeelden
Il a fait une déclaration faux au tribunal. 

Hij deed een valse verklaring in de rechtbank.

04

kunstmatig, nep

fabriqué pour imiter quelque chose de naturel, artificiel 
faux definition and meaning
Voorbeelden
Elle porte des cils faux pour la soirée. 

Ze draagt kunstmatige wimpers voor het feest.

05

vals, misleidend

qui trompe , qui n'est pas authentique ou vrai 
Voorbeelden
Il a diffusé des informations faux pour manipuler les gens. 

Hij verspreidde valse informatie om mensen te manipuleren.

06

qui prétend être ce qu'il n'est pas, notamment une personne exerçant illégalement une profession 

Voorbeelden
Il se fait passer pour médecin mais c'est un faux. 
07

kunstmatig, nep

qui n'est pas sincère ou authentique, qui est simulé ou artificiel 
Voorbeelden
Elle a montré une fausse modestie devant ses collègues. 

Ze toonde een valse bescheidenheid voor haar collega's.

08

huichelachtig, vals

qui prétend être quelque chose qu'il n'est pas, ou qui agit avec hypocrisie 
Voorbeelden
C'est un homme faux qui cache ses véritables intentions. 

Hij is een valse man die zijn ware bedoelingen verbergt.

01

onjuist, verkeerd

de manière incorrecte ou inexacte 
faux definition and meaning
grammaticale informatie
niet vergelijkbaar
Voorbeelden
Il a répondu faux à la question. 

Hij antwoordde fout op de vraag.

01

vervalsing, imitatie

chose ou objet qui n'est pas authentique, imitation ou contrefaçon 
le faux definition and meaning
Voorbeelden
Ce tableau est un faux et non un original. 

Dit schilderij is een vervalsing en geen origineel.

02

zeis, sikkel

outil agricole avec une lame courbe utilisé pour couper les céréales ou l'herbe 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
faux
Voorbeelden
Le fermier utilise une faux pour récolter le blé. 

De boer gebruikt een zeis om de tarwe te oogsten.

03

fout, vergissing

quelque chose qui est incorrect ou erroné 
Voorbeelden
Son raisonnement contient un faux. 

Zijn redenering bevat een fout.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store