gager
de
de
ga
ga
ga
ger
ʒe
zhe
dégazer

Definitie en betekenis van "dégager"in het Frans

dégager
01

afgeven, uitstoten

produire ou libérer un gaz, de la vapeur ou une substance volatile 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
La cheminée dégage de la fumée. 

De schoorsteen geeft rook af.

02

verantwoordelijkheid afwijzen, zich van verantwoordelijkheid ontheffen

refuser de prendre en charge, ne pas accepter une responsabilité 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
Il dégage toute responsabilité en cas d'accident. 

Ontzegt alle aansprakelijkheid in geval van een ongeval.

03

extraheren, onttrekken

extraire ou retirer quelque chose d'un ensemble, souvent pour l'obtenir ou le mettre en évidence 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
Le scientifique dégage des informations précises des données. 

De wetenschapper haalt nauwkeurige informatie uit de gegevens.

04

blootleggen, onthullen

rendre visible ce qui était caché ou couvert 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
L'archéologue dégage les vestiges sous la terre. 

De archeoloog legt de overblijfselen onder de grond bloot.

05

zich bevrijden, loskomen

se libérer d'un obstacle, d'une contrainte ou d'une situation difficile 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
Il se dégage de la foule pour avancer. 

Hij ontsnapt uit de menigte om vooruit te gaan.

06

opstijgen, zich verspreiden

s'élever, se répandre ou se produire (odeur, gaz, bruit, énergie…) 
dégager definition and meaning
Voorbeelden
De la fumée se dégage de la cheminée. 

Uit de schoorsteen ontwijkt rook.

07

ruimen, bevrijden

libérer, rendre libre ce qui était pris, obstrué ou encombré 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dégage
1e persoon meervoud
dégageons
1e persoon toekomende tijd
dégagerai
onvoltooid deelwoord
dégageant
voltooid deelwoord
dégagé
1e persoon meervoud imperfectum
dégagions
Voorbeelden
Le pompier dégage les victimes des décombres. 

De brandweerman ruimt de slachtoffers op uit het puin.

08

ontvangen, vrijgeven

recevoir ou libérer une somme d'argent, souvent en banque 
Voorbeelden
La banque a dégagé le paiement hier. 

De bank heeft de betaling gisteren vrijgegeven.

09

vrijspelen, wegwerken

envoyer le ballon loin de sa zone pour éviter un danger 
Voorbeelden
Le défenseur dégage le ballon de la surface de réparation. 

De verdediger ruimt de bal op uit het strafschopgebied.

10

ruimen, vrijmaken

devenir libre, clair ou ouvert, se libérer d'un encombrement 
Voorbeelden
La rue se dégage peu à peu. 

De straat ruimt zich langzaam op.

11

se libérer de quelque chose ou de quelqu'un, se retirer d'une situation 

Voorbeelden
Il se dégage de l'emprise de son ancien patron. 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store