emporter
emporter
ɑ̃pɔʁte
aapawrte
empoterempiéterempesterempocher

Definitie en betekenis van "emporter"in het Frans

emporter
01

meenemen, wegbrengen

prendre quelque chose avec soi en partant 
emporter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
emporte
1e persoon meervoud
emportons
1e persoon toekomende tijd
emporterai
onvoltooid deelwoord
emportant
voltooid deelwoord
emporté
1e persoon meervoud imperfectum
emportions
Voorbeelden
Il a emporté son parapluie avant de sortir. 

Hij heeft zijn paraplu meegenomen voordat hij wegging.

02

wegnemen, ontrukken

faire mourir quelqu'un, souvent à cause d'une maladie ou d'un accident 
emporter definition and meaning
Voorbeelden
Le cancer l'a emporté en quelques mois. 

De kanker heeft hem binnen een paar maanden weggenomen.

03

winnen, zegevieren

obtenir la victoire dans une compétition ou un défi 
emporter definition and meaning
Voorbeelden
Elle a emporté la course facilement. 
04

overheersen, zegevieren

être plus fort, plus important ou plus convaincant que quelque chose ou quelqu' un 
emporter definition and meaning
Voorbeelden
Dans ce débat, la logique a emporté sur l'émotion. 

In dit debat won de logica het van de emotie.

05

boos worden, opvliegen

se mettre en colère ou réagir fortement sous le coup de l'émotion 
emporter definition and meaning
Voorbeelden
Il s'est emporté pour une simple remarque. 

Hij raakte in woede vanwege een simpele opmerking.

06

meenemen, wegrukken

faire disparaître quelque chose en le soulevant ou en l'arrachant 
Voorbeelden
L'eau a emporté la voiture. 

Het water voerde de auto weg.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store