engager
engager
ɑ̃gaʒe
aagazhe
encagerenrager

Definitie en betekenis van "engager"in het Frans

engager
01

aannemen, in dienst nemen

recruter quelqu'un pour un travail ou une mission 
engager definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
engage
1e persoon meervoud
engageons
1e persoon toekomende tijd
engagerai
onvoltooid deelwoord
engageant
voltooid deelwoord
engagé
1e persoon meervoud imperfectum
engagions
Voorbeelden
L'entreprise engage un nouveau secrétaire. 

Het bedrijf neemt een nieuwe secretaris aan.

02

verbinden, verantwoordelijk maken

contraindre quelqu'un à respecter un engagement ou une promesse, rendre responsable de quelque chose 
engager definition and meaning
Voorbeelden
Ce contrat engage l'entreprise à fournir les produits dans les délais. 

Dit contract verplicht het bedrijf om de producten binnen de termijnen te leveren.

03

aanmoedigen, stimuleren

pousser quelqu'un à agir, inciter ou stimuler une action ou une réaction 
engager definition and meaning
Voorbeelden
Le professeur a engagé les élèves à participer davantage. 

De leraar moedigde de leerlingen aan om meer deel te nemen.

04

zich verbinden, een verantwoordelijkheid op zich nemen

prendre un engagement ou une responsabilité 
engager definition and meaning
Voorbeelden
Je m'engage à respecter les règles. 

Ik verbind me ertoe de regels te volgen.

05

vechten voor, zich inzetten voor

se mobiliser activement pour une cause ou défendre un objectif 
engager definition and meaning
Voorbeelden
Elle s'engage pour les droits des enfants. 

Zij zet zich in voor de rechten van kinderen.

06

beginnen met werken, aangenomen worden

commencer un travail ou être recruté pour un poste 
engager definition and meaning
Voorbeelden
Il s'engage dans l'entreprise dès lundi. 

Hij begint te werken in het bedrijf vanaf maandag.

07

invoegen, plaatsen

mettre quelque chose dans un espace, introduire ou insérer 
Voorbeelden
Il a engagé la clé dans la serrure. 

Hij stak de sleutel in het slot.

08

beginnen, starten

commencer à se produire ou à intervenir dans une action ou un événement 
Voorbeelden
Le projet s'engage cette semaine avec les premières réunions. 

Het project begint deze week met de eerste vergaderingen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store