diriger
diriger
d͡ziʁiʒe
dzirizhe

Definitie en betekenis van "diriger"in het Frans

diriger
01

leiden, beheren

contrôler le fonctionnement d'une organisation ou d'une activité 
diriger definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dirige
1e persoon meervoud
dirigeons
1e persoon toekomende tijd
dirigerai
onvoltooid deelwoord
dirigeant
voltooid deelwoord
dirigé
1e persoon meervoud imperfectum
dirigions
Voorbeelden
Mon père dirige une usine automobile. 

Mijn vader beheert een autofabriek.

02

dirigeren, leiden

guider un orchestre dans l'interprétation d'une œuvre musicale 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Le maestro dirige l'orchestre philharmonique. 

De maestro dirigeert het filharmonisch orkest.

03

leiden, begeleiden

montrer la voie ou donner des instructions à des personnes 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Le guide nous a dirigés à travers la vieille ville. 

De gids leidde ons door de oude stad.

04

besturen, sturen

contrôler la direction d'un véhicule ou d'un mouvement 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Dirigez le volant doucement vers la droite. 

Stuur het stuur zachtjes naar rechts.

05

richten, richten op

orienter quelque chose vers une cible précise 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Il dirige son arme vers la cible. 

Hij richt zijn wapen op het doel.

06

kanaliseren, richten

orienter des efforts, des émotions ou des ressources vers un but précis 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Dirigez votre colère vers quelque chose de productif. 

Richt uw woede op iets productiefs.

07

zich begeven, op weg gaan

aller vers un endroit spécifique 
diriger definition and meaning
Voorbeelden
Nous nous dirigeons vers la sortie. 

We begeven ons naar de uitgang.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store