Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
buigen, een buiging maken
Toen de koningin de kamer binnenkwam, bogen de hovelingen diep.
toegeven, zich onderwerpen
Tijdens de onderhandeling moesten beide partijen compromissen sluiten en buigen voor enkele tegenovergestelde standpunten.
strijken, spelen met een strijkstok
In het orkest streek de cellist elke noot zorgvuldig.
buigen, een buiging maken
Ze keek naar haar mentor voordat ze diep boog uit dankbaarheid voor hun begeleiding.
strik, knoop
Ze bond haar schoenen met een nette strik.
strijkstok, vioolstok
De violiste trok sierlijk haar strijkstok over de snaren, waardoor een aangrijpend mooie melodie ontstond.
De boogschutter spande zijn boog en legde een pijl aan, zorgvuldig mikken op het verre doel.
Ze voegde een felrode strik toe aan haar paardenstaart, wat haar kapsel een speelse touch gaf.
buiging, reverence
Hij maakte een buiging bij het groeten van de ouderen.
boog, kromming
De boog vormde een perfecte boog over het pad.
boeg, voorsteven
De passagiers stonden op de boeg om de kustlijn te zien.
streek met de strijkstok, boogstreek
De cellist voerde een lange, soepele strijkstok uit.
buiging, reverence
De uitvoerders maakten een gesynchroniseerde buiging.
Lexicale Boom



























