manquer
manquer
mɑ̃ke
maake
marquermasquer

Definitie en betekenis van "manquer"in het Frans

manquer
01

éprouver l'absence de quelqu'un ou quelque chose avec tristesse 

manquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
manque
1e persoon meervoud
manquons
1e persoon toekomende tijd
manquerai
onvoltooid deelwoord
manquant
voltooid deelwoord
manqué
1e persoon meervoud imperfectum
manquions
Voorbeelden
Elle me manque beaucoup quand elle est loin. 
02

ontbreken, tekortkomen

ne pas avoir assez de quelque chose , être insuffisant 
manquer definition and meaning
Voorbeelden
Il manque de temps pour finir son travail. 

Hij heeft geen tijd om zijn werk af te maken.

03

missen, vermissen

rater ou perdre une occasion , un rendez-vous ou un événement 
manquer definition and meaning
Voorbeelden
Elle a manqué l'occasion de parler au directeur. 

Ze heeft de kans om met de directeur te spreken gemist.

04

missen, niet halen

ne pas réussir à attraper ou atteindre quelque chose 
manquer definition and meaning
Voorbeelden
Il a manqué le train ce matin. 

Hij heeft de trein vanmorgen gemist.

05

missen

ne pas atteindre un objectif, une cible ou un but 
manquer definition and meaning
Voorbeelden
Il a manqué la cible lors du tir à l'arc. 

Hij miste het doel tijdens het boogschieten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store