appuyer
appuyer
apɥije
apüiye

Definitie en betekenis van "appuyer"in het Frans

appuyer
01

ondersteunen, steunen

soutenir activement une personne, une idée ou une cause 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Tout le parti appuie la candidature du maire. 

De hele partij steunt de kandidatuur van de burgemeester.

02

benadrukken, onderstrepen

mettre l'accent sur quelque chose de manière insistante 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Le professeur appuie sur l'importance des exercices. 

De leraar benadrukt het belang van de oefeningen.

03

drukken

exercer une force vers le bas ou contre quelque chose 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Appuie sur ce bouton pour allumer la machine. 

Druk op deze knop om de machine aan te zetten.

04

leunen, steunen

se soutenir ou se reposer sur quelque chose pour se stabiliser 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Elle s'appuie contre le mur pour se reposer. 

Ze leunt tegen de muur om uit te rusten.

05

steunen op, vertrouwen op

compter sur quelque chose ou quelqu'un comme base ou soutien 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Il s'appuie toujours sur ses années d'expérience. 

Hij steunt altijd op zijn jaren ervaring.

06

toegeven aan, zich buigen voor

céder à une pression sociale, morale ou psychologique 
appuyer definition and meaning
Voorbeelden
Le gouvernement s'appuya finalement à la colère populaire. 

De regering zwichtte uiteindelijk voor de publieke woede.

07

leunen, steunen

poser ou soutenir une partie du corps contre quelque chose pour se reposer 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
appuie
1e persoon meervoud
appuyons
1e persoon toekomende tijd
appuierai
onvoltooid deelwoord
appuyant
voltooid deelwoord
appuyé
1e persoon meervoud imperfectum
appuyions
Voorbeelden
Il appuie son épaule contre le mur. 

Hij leunt zijn schouder tegen de muur.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store