Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to erupt
01
uitbarsten, exploderen
(of a volcano) to explode and send smoke, lava, rocks, etc. into the sky
Intransitive
Voorbeelden
The underwater volcano erupted, creating a new island.
De onderwatervulkaan barstte uit, waardoor een nieuw eiland ontstond.
02
uitbarsten, losbarsten
to suddenly and dramatically start, often in a surprising or intense way
Intransitive
Voorbeelden
A wave of applause erupted after the actor finished his speech.
Een golf van applaus barstte los nadat de acteur zijn toespraak had beëindigd.
03
doorbreken, uitbarsten
(of a tooth) to emerge or break through the gums as it grows
Intransitive
Voorbeelden
The dentist said the tooth would erupt soon, causing a little pain.
De tandarts zei dat de tand snel zou doorbreken, wat een beetje pijn zou veroorzaken.
04
uitbarsten, exploderen
to explode violently, with fire and noise, similar to a volcanic eruption
Intransitive
Voorbeelden
The firecracker erupted with a huge bang, startling everyone nearby.
Het vuurwerk ontplofte met een enorme knal, wat iedereen in de buurt schrok.
05
plotseling verschijnen, uitbarsten
(of a pimple, rash, etc.) to suddenly form or appear on the skin
Intransitive
Voorbeelden
Several red spots erupted on his back due to an allergic reaction.
Verschillende rode vlekken braken uit op zijn rug als gevolg van een allergische reactie.
06
uitbarsten, losbarsten
to suddenly express strong emotions, such as anger or excitement
Intransitive: to erupt in an emotion or reaction
Voorbeelden
He could n’t help but erupt in excitement when he saw his favorite band.
Hij kon niet anders dan uitbarsten van opwinding toen hij zijn favoriete band zag.
Lexicale Boom
eruption
eruptive
erupt



























