compter
Pronunciation
/kɔ̃te/

Definitie en betekenis van "compter"in het Frans

compter
01

tellen, berekenen

déterminer un nombre ou une quantité
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Nous avons compté 35 participants.
We hebben 35 deelnemers geteld.
02

berekenen, rekenen

effectuer des opérations mathématiques pour obtenir un total
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Elle compte rapidement sur sa calculatrice.
Ze rekent snel op haar rekenmachine.
03

rekening houden met, in aanmerking nemen

prendre en considération, inclure dans un calcul ou une estimation
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Je n' avais pas compté cette possibilité dans mes plans.
Ik had deze mogelijkheid niet meegerekend in mijn plannen.
04

bij benadering berekenen, schatten

faire une estimation approximative
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Il compte finir le travail en trois jours.
Hij rekent erop het werk in drie dagen af te ronden.
05

bevatten, omvatten

contenir, inclure comme élément constitutif
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
L' université compte quinze bibliothèques.
De universiteit telt vijftien bibliotheken.
06

van plan zijn, bedoelen

avoir l'intention de faire quelque chose
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Nous comptons organiser une fête.
We zijn van plan een feestje te organiseren.
07

rekenen op, vertrouwen op

placer son espoir ou sa confiance en quelqu'un ou quelque chose
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Nous comptons sur votre ponctualité.
We rekenen op uw stiptheid.
08

belangrijk zijn, van belang zijn

avoir de l'importance, être significatif
compter definition and meaning
example
Voorbeelden
Ton opinion compte beaucoup pour moi.
Jouw mening telt veel voor mij.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store