accrocher
accrocher
akʁɔʃe
akrawshe
accoucher

Definitie en betekenis van "accrocher"in het Frans

accrocher
01

ophangen, vastmaken

suspendre ou fixer quelque chose à un support 
accrocher definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
accroche
1e persoon meervoud
accrochons
1e persoon toekomende tijd
accrocherai
onvoltooid deelwoord
accrochant
voltooid deelwoord
accroché
1e persoon meervoud imperfectum
accrochions
Voorbeelden
J'ai accroché le tableau au mur. 

Ik heb het schilderij aan de muur gehangen.

02

vasthouden, zich stevig vastklampen

se tenir fermement à quelque chose 
accrocher definition and meaning
Voorbeelden
Elle s'est accrochée à la rampe pour ne pas tomber. 

Ze klampte zich vast aan de leuning om niet te vallen.

03

verbinden, overeenkomen

établir un lien ou une connexion (relationnel) 
accrocher definition and meaning
Voorbeelden
Je n'accroche pas avec elle. 

Ik klik niet met haar.

04

botsen, inrijden

entrer en contact violent ou inattendu avec quelque chose 
accrocher definition and meaning
Voorbeelden
La voiture a accroché un arbre en sortant de la route. 

De auto botste tegen een boom toen hij van de weg af ging.

05

boeien, fascineren

captiver ou intéresser vivement quelqu'un 
accrocher definition and meaning
Voorbeelden
Ce film m'a immédiatement accroché. 

Deze film heeft me meteen gegrepen.

06

verslaafd maken, afhankelijk maken

endre quelqu'un dépendant de quelque chose 
accrocher definition and meaning
Voorbeelden
Ce jeu vidéo a accroché mon fils. 

Deze videogame heeft mijn zoon verslaafd gemaakt.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store