Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La pointe
01
punt, uiteinde
extrémité fine ou aiguë d'un objet
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
pointes
Voorbeelden
Il a touché la pointe du crayon pour vérifier si elle était cassée.
Hij raakte de punt van het potlood aan om te controleren of het gebroken was.
02
hoogtepunt, piek
moment ou niveau le plus élevé
Voorbeelden
La pointe de la crise est enfin passée.
Het hoogtepunt van de crisis is eindelijk voorbij.
03
snufje, beetje
très petite quantité de quelque chose
Voorbeelden
Ajoute une pointe de sel pour équilibrer les saveurs.
Voeg een snufje zout toe om de smaken in evenwicht te brengen.
04
positie op de tenen, op spitzen
position en ballet où la danseuse se tient sur l'extrémité des orteils
Voorbeelden
Elle fait du ballet et danse sur les pointes depuis trois ans.
Ze doet ballet en danst al drie jaar op pointes.
05
spits, steek
remarque ironique ou moqueuse
Voorbeelden
Il a lancé une petite pointe sur son style vestimentaire.
Hij gooide een kleine spottende opmerking over haar kledingstijl.



























