La pointe
[gender: feminine]
01
punt, uiteinde
extrémité fine ou aiguë d'un objet
Voorbeelden
La pointe de la tour était visible depuis loin.
De top van de toren was van veraf zichtbaar.
02
hoogtepunt, piek
moment ou niveau le plus élevé
Voorbeelden
La pointe de consommation d' électricité est en hiver.
De piek van het elektriciteitsverbruik is in de winter.
03
snufje, beetje
très petite quantité de quelque chose
Voorbeelden
Elle a une pointe de tristesse dans la voix.
Er zit een vleugje verdriet in haar stem.
04
positie op de tenen, op spitzen
position en ballet où la danseuse se tient sur l'extrémité des orteils
Voorbeelden
La première fois qu' elle est montée sur pointes, elle avait mal aux pieds.
De eerste keer dat ze op pointes ging, deden haar voeten pijn.
05
spits, steek
remarque ironique ou moqueuse
Voorbeelden
J' ai senti la pointe dans ton commentaire, ce n' était pas nécessaire.
Ik voelde de stekeligheid in je opmerking, het was niet nodig.



























