embarquer
Pronunciation
/ɑ̃baʀke/

Definitie en betekenis van "embarquer"in het Frans

embarquer
01

instappen, aan boord gaan

monter à bord d'un véhicule (navire, avion)
embarquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
embarque
1e persoon meervoud
embarquons
1e persoon toekomende tijd
embarquerai
onvoltooid deelwoord
embarquant
voltooid deelwoord
embarqué
1e persoon meervoud imperfectum
embarquions
Voorbeelden
Elle refuse d' embarquer sans son passeport.
Ze weigert aan boord te gaan zonder haar paspoort.
02

inladen, inschepen

charger des marchandises ou objets dans un véhicule
embarquer definition and meaning
Voorbeelden
Le camion a embarqué 20 tonnes de marchandises.
De vrachtwagen laadde 20 ton goederen.
03

verwikkelen, meeslepen

impliquer quelqu'un dans une situation compliquée ou risquée
embarquer definition and meaning
Voorbeelden
Elle nous a embarqués dans son projet fou.
Ze heeft ons in haar gekke project betrokken.
04

inschepen/inladen, aan boord brengen

faire monter des personnes dans un véhicule
Voorbeelden
On doit embarquer les enfants en premier.
Instappen de kinderen eerst.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store