Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
quitar
01
verwijderen, weghalen
sacar algo para que no esté más
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
quito
3e persoon enkelvoud
quita
onvoltooid deelwoord
quitando
onvoltooid verleden tijd
quité
voltooid deelwoord
quitado
Voorbeelden
Quiero quitar esa mancha de la camisa.
Ik wil die vlek van het shirt verwijderen.
02
uitsluiten
no aplicar una regla o norma a alguien o algo
Voorbeelden
El profesor quitó a Juan de la lista de castigos.
De leraar verwijderde Juan van de straflijst.
03
uitdoen
sacar o dejar de usar una prenda de vestir
Voorbeelden
Me quité el abrigo porque hacía calor.
Ik trok mijn jas uit omdat het warm was.
04
wegnemen, verwijderen
tomar algo de otra persona o lugar
Voorbeelden
La policía le quitó el carnet de conducir.
De politie confisqueerde zijn rijbewijs.
05
opzij gaan, plaats maken
moverse para dejar pasar o salir de un lugar
Voorbeelden
Por favor, quítate del camino.
Alsjeblieft, ga uit de weg.
06
verzachten, lessen
hacer desaparecer una necesidad intensa, especialmente la sed
Voorbeelden
Un vaso de agua fría le quitó la sed.
Een glas koud water lesde zijn dorst.



























