Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to infer
01
afleiden, concluderen
to reach an opinion or decision based on available evidence and one's understanding of the matter
Transitive: to infer sth | to infer that
Voorbeelden
Scientists can infer the existence of certain particles based on experimental results.
Wetenschappers kunnen het bestaan van bepaalde deeltjes afleiden op basis van experimentele resultaten.
02
insinueren, doen vermoeden
to suggest or hint at something indirectly
Transitive: to infer a meaning
Voorbeelden
The mysterious note left on the doorstep seemed to infer a secret admirer.
Het mysterieuze briefje dat op de stoep was achtergelaten, leek te doen vermoeden dat er een geheime bewonderaar was.
03
afleiden, concluderen
to make an educated guess or form an opinion
Transitive: to infer that
Voorbeelden
From the way they looked at each other, I inferred they were old friends.
Uit de manier waarop ze naar elkaar keken, leidde ik af dat ze oude vrienden waren.
04
afleiden, concluderen
to make conclusions or assumptions based on information
Intransitive
Voorbeelden
The detective continued to infer throughout the investigation.
De detective bleef afleiden tijdens het onderzoek.
Lexicale Boom
inference
infer



























