étendre
étendre
etãdʁ
etandr
éteindreétendue

Definitie en betekenis van "étendre"in het Frans

étendre
01

uitrekken, strekken

allonger ou étirer quelque chose, faire un mouvement de traction 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
Il étend les bras pour se réveiller. 

Hij strekt zijn armen uit om wakker te worden.

02

smeren, uitspreiden

étaler ou appliquer une substance sur une surface 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
Elle étend le beurre sur le pain. 

Ze smeert de boter op het brood.

03

afwijzen, weigeren

rejeter ou refuser quelque chose, déclarer invalide ou inacceptable 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
Le comité a étendu la proposition. 

De commissie verwierp het voorstel.

04

uitbreiden, zich uitstrekken

devenir plus grand en superficie ou en durée 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
La ville s'étend vers le nord chaque année. 

De stad breidt zich elk jaar uit naar het noorden.

05

gaan liggen, zich uitstrekken

se mettre en position allongée, étirer son corps sur une surface 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
Il s'étend sur le canapé pour se reposer. 

Hij strekt zich uit op de bank om uit te rusten.

06

verdunnen, verdunnen

rendre quelque chose plus liquide ou moins épais en ajoutant un liquide ou en diluant 
étendre definition and meaning
Voorbeelden
Il étend la peinture avec de l'eau pour qu'elle soit plus fluide. 

Hij verdunt de verf met water om het vloeibaarder te maken.

07

uitspreiden, uitbreiden

déployer quelque chose sur une surface 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
étends
1e persoon meervoud
étendons
1e persoon toekomende tijd
étendrai
onvoltooid deelwoord
étendant
voltooid deelwoord
étendu
1e persoon meervoud imperfectum
étendions
Voorbeelden
J'étends la pâte à pizza sur la farine. 

Ik rol het pizzadeeg uit op de bloem.

08

neerleggen, leggen

faire coucher quelqu'un ou quelque chose, mettre à plat 
Voorbeelden
Elle étend le bébé dans son berceau. 

Ze legt de baby in zijn wieg.

09

neerwerpen, vellen

mettre quelqu'un ou quelque chose à terre, faire tomber ou immobiliser 
Voorbeelden
Le coup de vent a étendu les branches sur le sol. 

De windvlaag spreidde de takken over de grond.

10

uitbreiden, verspreiden

se répandre ou couvrir une surface, atteindre une certaine étendue ou longueur 
Voorbeelden
La ville s'étend sur plusieurs kilomètres. 

De stad strekt zich uit over meerdere kilometers.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store