Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
active
01
actief
(of a person) doing many things with a lot of energy
Voorbeelden
She 's active in the art community, regularly attending exhibitions and workshops.
Ze is actief in de kunstgemeenschap, bezoekt regelmatig tentoonstellingen en workshops.
Voorbeelden
Active verbs are essential for creating dynamic and engaging sentences in both written and spoken language.
Actieve werkwoorden zijn essentieel voor het creëren van dynamische en boeiende zinnen in zowel geschreven als gesproken taal.
03
actief, in activiteit
(of a volcano) currently showing signs of volcanic activity or having the potential to become active soon
Voorbeelden
Kilauea in Hawaii is considered an active volcano due to its frequent lava flows.
Kilauea in Hawaï wordt beschouwd als een actieve vulkaan vanwege zijn frequente lavastromen.
04
actief, dynamisch
likely to increase in intensity or spread in scope
Voorbeelden
The disease became more active in the population.
De ziekte werd actiever in de bevolking.
05
in actieve dienst, in dienst
involved in or ready for action in military or naval service
Voorbeelden
The general reviewed all active units.
De generaal bekeek alle actieve eenheden.
06
actief, dynamisch
inclined to take initiative or participate in effecting change
Voorbeelden
He is an active supporter of environmental causes.
Hij is een actieve voorstander van milieudoelen.
07
actief, effectief
causing a chemical or biological effect on something
Voorbeelden
Some active substances in plants are used for healing.
Sommige actieve stoffen in planten worden gebruikt voor genezing.
08
actief, in werking
currently functioning or performing its intended task
Voorbeelden
The active servers are handling thousands of user requests every second.
De actieve servers verwerken duizenden gebruikersverzoeken per seconde.
09
actief, werkzaam
engaged in full-time employment or professional activity
Voorbeelden
She remained active in the workforce past retirement age.
Ze bleef actief in de beroepsbevolking na de pensioengerechtigde leeftijd.
10
actief, in de actieve vorm
indicating that the subject performs the action of the verb
Voorbeelden
The teacher explained active constructions.
De leraar legde de actieve constructies uit.
11
actief, in activiteit
(of the sun) showing increased sunspots, flares, or radio emissions
Voorbeelden
Active periods in the sun affect Earth's magnetosphere.
Actieve perioden van de zon beïnvloeden de magnetosfeer van de Aarde.
Active
01
actieve stof, actief bestanddeel
a chemical substance capable of producing a reaction or effect
Voorbeelden
Researchers measured the active in the mixture.
Onderzoekers maten het actieve bestanddeel in het mengsel.
02
actief lid, actieve deelnemer
a member or participant in a particular organization or group
Voorbeelden
Only the most dedicated actives were chosen to lead the committee.
Alleen de meest toegewijde actieven werden gekozen om de commissie te leiden.
03
bedrijvende vorm, actief
the grammatical voice in which the subject performs or initiates the action of the verb
Voorbeelden
Students practiced rewriting sentences in the active.
De studenten oefenden met het herschrijven van zinnen in de bedrijvende vorm.
Lexicale Boom
activate
actively
activeness
active
act



























