wave
wave
weɪv
veiv
weavewaive

Definitie en betekenis van "wave"in het Engels

01

golf, deining

a raised body of water that moves along the surface of a sea, river, lake, etc. 
wave definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
waves
Voorbeelden
The children ran towards the shoreline, excited to play in the waves crashing on the beach. 

De kinderen renden naar de kustlijn, opgewonden om in de golven te spelen die op het strand sloegen.

02

gebaar, zwaaien

a gesture or signal made with the hand or arm, often as a form of greeting or farewell 
wave definition and meaning
Voorbeelden
She gave a cheerful wave to her friends as they drove past on the street. 

Ze gaf een vrolijke zwaai naar haar vrienden terwijl ze voorbijreden op straat.

03

golf, toename

a sudden and often temporary increase or occurrence of something, often characterized by a distinctive movement or pattern 
Voorbeelden
The city experienced a wave of tourists during the summer festival. 

De stad ervoer een golf van toeristen tijdens het zomerfestival.

04

een golf, een krul

a loose curl or ringlet in hair 
Voorbeelden
She styled her hair into soft waves for the wedding. 

Ze stileerde haar haar in zachte golven voor de bruiloft.

05

hittegolf, warmte

a prolonged and widespread period of unusual weather, often characterized by extreme temperatures 
Voorbeelden
The city struggled to cope with the ongoing heat wave. 

De stad had moeite om de aanhoudende hittegolf het hoofd te bieden.

06

golf, deining

a smooth, wavy line or curve 
Voorbeelden
The artist drew a continuous wave across the canvas. 

De kunstenaar tekende een doorlopende golf over het canvas.

6.1

golf, trilling

(physics) an oscillating movement by which energy is transferred without the transport of matter, such as light and sound 
Voorbeelden
Light travels through space in the form of a wave. 

Licht reist door de ruimte in de vorm van een golf.

07

golf, stijging

something that rises rapidly 
to wave
01

zwaaien, met de hand zwaaien

to raise one's hand and move it from side to side to greet someone or attract their attention 
Intransitive: to wave | to wave to sb
to wave definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wave
3e persoon enkelvoud
waves
onvoltooid deelwoord
waving
onvoltooid verleden tijd
waved
voltooid deelwoord
waved
Voorbeelden
She stood on the platform and waved as the train departed. 

Ze stond op het perron en zwaaide toen de trein vertrok.

02

golven, krullen

to make someone's hair look loosely curled 
Transitive: to wave hair
to wave definition and meaning
Voorbeelden
She waved her hair for a relaxed, beachy look. 

Ze golfde haar haar voor een ontspannen, strandachtige look.

03

wapperen, zwaaien

to move back and forth in a swaying motion 
Intransitive
Voorbeelden
The flag waved in the breeze. 

De vlag wapperde in de bries.

04

zwaaien, wenken

to move a hand, arm, or an object held in the hand back and forth, often as a gesture or signal 
Transitive: to wave one's hand or an object in hand
Voorbeelden
The teacher waved the flag to start the race. 

De leraar zwaaide met de vlag om de race te starten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store