man
man
mæn
mān
vanXanhancan

Definitie en betekenis van "man"in het Engels

01

man, mannelijk

a person who is a male adult 
man definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
men
Voorbeelden
This is my friend, he's a nice man. 

Dit is mijn vriend, hij is een aardige man.

1.1

man, kerel

an adult person who shows virility, courage, or competence 
Voorbeelden
Come on, now—be a man. 

Kom op, nu—wees een man.

1.2

man, kerel

a male person who plays a significant role (husband or lover or boyfriend) in the life of a particular woman 
man definition and meaning
Voorbeelden
What's her new man like? 

Hoe is haar nieuwe man?

02

vakman, expert

an individual who is highly skilled or experienced in a specific activity or profession 
man definition and meaning
idioom
informeel
Voorbeelden
If you need your car fixed, Jack is the man. 

Als je je auto moet laten maken, is Jack de vakman.

03

soldaat, militair

someone who serves in the armed forces; a member of a military force 
man definition and meaning
Voorbeelden
The officer refused to let his men take part in the operation. 

De officier weigerde zijn mannen aan de operatie te laten deelnemen.

04

mens, man

any living or extinct member of the family Hominidae characterized by superior intelligence, articulate speech, and erect carriage 
man definition and meaning
05

stuk, pion

game equipment consisting of an object used in playing certain board games 
man definition and meaning
06

mens, persoon

the generic use of the word to refer to any human being 
Voorbeelden
All men must die. 

Alle mensen moeten sterven.

6.1

de mensheid, het menselijk geslacht

all of the living human inhabitants of the earth; humanity or humankind 
man definition and meaning
Voorbeelden
Man has always sought to explore the unknown. 

De mens heeft altijd geprobeerd het onbekende te verkennen.

07

man, werknemer

an individual within the workforce or a group of workers 
Voorbeelden
The company hired several new men for the production line. 

Het bedrijf heeft verschillende nieuwe mannen aangenomen voor de productielijn.

08

man, mannelijke ondergeschikte

a male subordinate 
09

knecht, bediende

a manservant who acts as a personal attendant to his employer 
10

het eiland Man, Man

one of the British Isles in the Irish Sea 
to man
01

bemanden, personeel toewijzen

to provide workers for a specific place or task 
Transitive: to man a team or position
to man definition and meaning
Voorbeelden
The event requires additional security, so they need to man the entrance. 

Het evenement vereist extra beveiliging, dus moeten ze de ingang bemannen.

02

bedienen, verantwoordelijkheid nemen voor

to work at, operate, or take responsibility for handling a place, equipment, or defense 
Transitive: to man a position or piece of equipment
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
man
3e persoon enkelvoud
mans
onvoltooid deelwoord
manning
onvoltooid verleden tijd
manned
voltooid deelwoord
manned
Voorbeelden
Soldiers manned the fort, ready to defend against any attack. 

De soldaten bemande het fort, klaar om zich tegen elke aanval te verdedigen.

01

Man, Jeez

used to express surprise, excitement, disappointment, or other strong emotions 
informeel
Voorbeelden
Man, I’ve never seen a storm this bad before! 

Man, ik heb nog nooit zo'n slechte storm gezien!

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store