führen
füh
ˈfy:
fy
ren
rən
rēn
fahrenfühlen

Definitie en betekenis van "führen"in het Duits

führen
01

begeleiden

Jemanden oder etwas in eine bestimmte Richtung bewegen 
führen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
führe
3e persoon enkelvoud
führt
onvoltooid deelwoord
führend
onvoltooid verleden tijd
führte
voltooid deelwoord
geführt
Voorbeelden
Der Lehrer führt die Schüler durch das Museum. 

De leraar leidt de leerlingen door het museum.

02

beheren

Für den Betrieb oder die Organisation von etwas verantwortlich sein 
führen definition and meaning
Voorbeelden
Sie führt ein kleines Café in der Stadt. 

Zij runt een klein café in de stad.

03

richten, begeleiden

Etwas gezielt in eine bestimmte Richtung bewegen 
führen definition and meaning
Voorbeelden
Sie führt das Auto vorsichtig um die Kurve. 

Ze bestuurt de auto voorzichtig rond de bocht.

04

dragen, vervoeren

Etwas bei sich haben und mitnehmen 
führen definition and meaning
Voorbeelden
Er führt immer seinen Ausweis mit sich. 

Hij draagt altijd zijn identiteitskaart bij zich.

05

dragen (een naam/titel)

Einen offiziellen Namen oder Titel tragen 
führen definition and meaning
Voorbeelden
Sie führt den Titel "Professorin". 

Zij voert de titel « professor ».

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store