Zoeken
führen
[past form: führte]
01
begeleiden
Jemanden oder etwas in eine bestimmte Richtung bewegen
Voorbeelden
Der Pfad führt durch den Wald.
Het pad leidt door het bos.
02
beheren
Für den Betrieb oder die Organisation von etwas verantwortlich sein
Voorbeelden
Die beiden führen gemeinsam das Unternehmen.
Leiden het bedrijf samen.
03
richten, begeleiden
Etwas gezielt in eine bestimmte Richtung bewegen
Voorbeelden
Der Pilot führte das Flugzeug sicher zur Landung.
De piloot leidde het vliegtuig veilig naar de landing.
04
dragen, vervoeren
Etwas bei sich haben und mitnehmen
Voorbeelden
Hast du dein Handy mit dir geführt?
Heb je je telefoon meegenomen?
05
dragen (een naam/titel)
Einen offiziellen Namen oder Titel tragen
Voorbeelden
Er führte den Namen seines Großvaters.
Hij droeg de naam van zijn grootvader.


























