arrĂȘter
Pronunciation
/aʀete/

Definitie en betekenis van "arrĂȘter"in het Frans

arrĂȘter
01

stoppen, ophouden

mettre fin Ă  une action, un mouvement ou un processus
arrĂȘter definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
arrĂȘte
1e persoon meervoud
arrĂȘtons
1e persoon toekomende tijd
arrĂȘterai
onvoltooid deelwoord
arrĂȘtant
voltooid deelwoord
arrĂȘtĂ©
1e persoon meervoud imperfectum
arrĂȘtions
Voorbeelden
Peux - tu arrĂȘter de parler, s' il te plaĂźt ?
Kun je stoppen met praten, alsjeblieft?
02

arresteren, aanhouden

prendre quelqu'un pour le retenir, souvent par la police
arrĂȘter definition and meaning
Voorbeelden
Le gouvernement a arrĂȘtĂ© plusieurs manifestants.
De regering heeft verschillende demonstranten gearresteerd.
03

stoppen

cesser volontairement une activité, une habitude ou un comportement
arrĂȘter definition and meaning
Voorbeelden
Nous devons arrĂȘter de gaspiller de l' eau.
We moeten stoppen met water verspillen.
04

uitschakelen, stoppen

faire cesser le fonctionnement d'un appareil, d'un moteur ou d'un systĂšme
arrĂȘter definition and meaning
Voorbeelden
Peux - tu arrĂȘter la musique, s' il te plaĂźt ?
Kun je de muziek uitschakelen, alsjeblieft?
05

stoppen, ophouden

cesser de bouger ou d'avancer ; se mettre Ă  l'arrĂȘt
arrĂȘter definition and meaning
Voorbeelden
Nous nous sommes arrĂȘtĂ©s pour admirer le paysage.
We stopten om het landschap te bewonderen.
06

stoppen, ophouden

cesser de bouger ou de fonctionner ; ne plus continuer
Voorbeelden
La voiture a arrĂȘtĂ© brusquement.
De auto stopte plotseling.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store