to agree
ag
ˈəg
ēg
ree
ri:
ri

Definitie en betekenis van "agree"in het Engels

to agree
01

eens zijn, instemmen

to hold the same opinion as another person about something 
Intransitive: to agree with sb/sth
Transitive: to agree that
to agree definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
agree
3e persoon enkelvoud
agrees
onvoltooid deelwoord
agreeing
onvoltooid verleden tijd
agreed
voltooid deelwoord
agreed
Voorbeelden
She agreed with the teacher's comment about her essay. 

Ze was het eens met de opmerking van de leraar over haar opstel.

02

instemmen, accepteren

to accept or say yes to an idea, plan, etc. 
Transitive: to agree to do sth
to agree definition and meaning
Voorbeelden
He agreed to make a speech at the event. 

Hij stemde ermee in om een toespraak te houden bij het evenement.

03

overeenstemmen, akkoord gaan

(grammar) to have the same grammatical number, gender, case or person 
Intransitive
Transitive: to agree with a part of a sentence
Voorbeelden
The subject and verb must agree in number. 

Onderwerp en werkwoord moeten in getal overeenkomen.

04

overeenstemmen, overeenkomen

to correspond or conform with another element, idea, or action 
Transitive: to agree with an element, idea, or action
Voorbeelden
His actions agree with his words, demonstrating sincerity and honesty in his intentions. 

Zijn acties stemmen overeen met zijn woorden, wat oprechtheid en eerlijkheid in zijn bedoelingen aantoont.

05

eens zijn, overeenkomen

to reach a consensus or alignment of views, emotions, or intentions among individuals or groups 
Intransitive: to agree on a condition or course of action
Voorbeelden
After much discussion, the committee members finally agreed on a course of action for the project. 

Na veel discussie waren de commissieleden het eindelijk eens over een actieplan voor het project.

06

bevallen, goed doen

to suit an individual's needs or preferences, particularly in terms of physical well-being or comfort 
Transitive: to agree with sb
Voorbeelden
The soup agreed with her and provided much-needed nourishment during her illness. 

De soep beviel haar en voorzag in de broodnodige voeding tijdens haar ziekte.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store