Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
treffen
01
toevallig tegenkomen, botsen tegen
Jemanden ohne vorherige Absicht oder Planung begegnen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
treffe
3e persoon enkelvoud
trifft
onvoltooid deelwoord
treffend
onvoltooid verleden tijd
traf
voltooid deelwoord
getroffen
Voorbeelden
Ich habe meinen alten Freund auf der Straße getroffen.
Ik ontmoette mijn oude vriend op straat.
02
ontmoeten, stuiten op
Mit etwas oder jemandem in Kontakt oder Konfrontation kommen
Voorbeelden
Ich traf unterwegs auf ein Problem.
Ontmoeten stelde me in staat om onderweg een probleem tegen te komen.
03
afspreken, ontmoeten
Mit jemandem absichtlich zusammenkommen
Voorbeelden
Ich treffe mich heute mit meiner Freundin.
Ik ontmoet vandaag mijn vriendin.
04
een beslissing nemen, een keuze maken
Eine Entscheidung oder Wahl machen
Voorbeelden
Wir müssen eine Wahl treffen.
We moeten een keuze maken.
05
raden, treffen
Etwas richtig wählen oder erkennen
Voorbeelden
Er hat den richtigen Ton getroffen.
Hij heeft de juiste toon getroffen.
06
slaan, botsen
Mit Kraft gegen etwas oder jemanden stoßen
Voorbeelden
Die Welle traf auf das Ufer.
De golf trof de kust.
07
kwetsen, pijn doen
Jemandem oder etwas Schaden zufügen
Voorbeelden
Die Nachricht traf sie tief.
Het nieuws trof haar diep.
08
bereiken, raken
Ein bestimmtes Ziel erfolgreich erreichen oder treffen
Voorbeelden
Sie hat mit ihrer Strategie den Markt perfekt getroffen.
Met haar strategie heeft ze de markt perfect geraakt.
Das Treffen
01
vergadering, ontmoeting
Ein geplantes Zusammenkommen von Personen
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
onzijdig
genitiefvorm
Treffens
meervoudsvorm
Treffen
Voorbeelden
Das Treffen mit meinen Freunden war schön.
De ontmoeting met mijn vrienden was leuk.
02
wedstrijd, ontmoeting
Ein sportlicher Wettkampf zwischen zwei Parteien
Voorbeelden
Das Treffen endete unentschieden.
De wedstrijd eindigde in een gelijkspel.



























