fermer
Pronunciation
/fɛʀme/

Definitie en betekenis van "fermer"in het Frans

fermer
01

sluiten, dichtdoen

rendre quelque chose clos ou ne plus laisser ouvert
fermer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
ferme
1e persoon meervoud
fermons
1e persoon toekomende tijd
fermerai
onvoltooid deelwoord
fermant
voltooid deelwoord
fermé
1e persoon meervoud imperfectum
fermions
Voorbeelden
Il a fermé le livre après avoir fini sa lecture.
02

sluiten, afsluiten

couper l'arrivée d'un liquide, gaz ou courant
fermer definition and meaning
Voorbeelden
N' oublie pas de fermer l' électricité.
Vergeet niet de elektriciteit uit te schakelen.
03

sluiten, afsluiten

être ou devenir fermé (porte, passage, objet…)
fermer definition and meaning
Voorbeelden
Le portail se ferme avec une clé.
De poort sluit met een sleutel.
04

zich afsluiten, zich terugtrekken

refuser le contact, se replier sur soi-même
Voorbeelden
L' enfant se ferme dès qu' il est critiqué.
Het kind sluit zich af zodra het bekritiseerd wordt.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store