Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
fermenter
01
gisten, fermenteren
se transformer sous l'action de micro-organismes, produire des gaz ou de l'alcool
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
fermente
1e persoon meervoud
fermentons
1e persoon toekomende tijd
fermenterai
voltooid deelwoord
fermenté
1e persoon meervoud imperfectum
fermentions
Voorbeelden
Cette pâte doit fermenter plusieurs heures.
Dit deeg moet enkele uren fermenteren.
02
in beroering zijn, gisten
être en agitation, prêt à éclater, préparer une révolte ou un soulèvement
Voorbeelden
Les jeunes fermentent face aux injustices sociales.
De jeugd gist in het aangezicht van sociale onrechtvaardigheden.



























