Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to eject
01
uitwerpen, uitstoten
to forcefully expel or throw something out, often in a sudden or violent manner
Transitive: to eject sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
eject
3e persoon enkelvoud
ejects
onvoltooid deelwoord
ejecting
onvoltooid verleden tijd
ejected
voltooid deelwoord
ejected
Voorbeelden
The volcano erupted violently, ejecting ash and molten lava into the air.
De vulkaan barstte hevig uit en slingerde as en gesmolten lava de lucht in.
Voorbeelden
The security guards ejected the rowdy spectators from the stadium.
De bewakers hebben de rumoerige toeschouwers uit het stadion gezet.
03
uitwerpen, uitstoten
to cause something to be forcibly expelled or pushed out from a machine or device
Transitive: to eject sth
Voorbeelden
The technician ejected the malfunctioning cartridge from the printer.
De technicus wierp de defecte cartridge uit de printer.
04
uitwerpen, uitstoten
to quickly and forcefully escape from an aircraft in an emergency by being thrown out
Intransitive: to eject | to eject from an aircraft
Voorbeelden
The pilot had to eject from the fighter jet when the engine malfunctioned.
De piloot moest zich uit het gevechtsvliegtuig ejecteren toen de motor defect raakte.
05
verwijderen, uitzetten
to direct or compel a sports player to leave the playing area or field of play due to a rule violation or misconduct
Dialect
American
Transitive: to eject a sports player
Voorbeelden
The referee had to eject the soccer player from the match after receiving a red card.
De scheidsrechter moest de voetballer van het veld sturen na het ontvangen van een rode kaart.
Lexicale Boom
ejaculate
ejection
ejector
eject



























