temper
tem
ˈtɛm
tem
per
tampertempter

Definitie en betekenis van "temper"in het Engels

01

woede-uitbarsting, driftbui

a sudden expression of strong anger that is difficult to control 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
tempers
Voorbeelden
He had a temper and shouted loudly. 

Hij had een temperament en schreeuwde luid.

02

temperament, karakter

a tendency to quickly become angry 
03

bui

a characteristic (habitual or relatively temporary) state of feeling 
04

het harden, de veerkracht

the elasticity and hardness of a metal object; its ability to absorb considerable energy before cracking 
to temper
01

temperen

bring to a desired consistency, texture, or hardness by a process of gradually heating and cooling 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
temper
3e persoon enkelvoud
tempers
onvoltooid deelwoord
tempering
onvoltooid verleden tijd
tempered
voltooid deelwoord
tempered
02

temperen, matigen

to make something moderate or agreeable by adding another element 
03

stemmen, afstellen

adjust the pitch (of pianos) 
04

temperen, harden

to harden melted substances, often chocolate, by reheating and then cooling them to stabilize their texture 
Voorbeelden
The chocolatier tempered the melted chocolate to ensure it would set properly into glossy, firm bars. 

De chocolatier heeft de gesmolten chocolade getempereerd om ervoor te zorgen dat deze goed zou stollen in glanzende, stevige repen.

05

temperen, matigen

to moderate or adjust the intensity of something, often to make it more balanced or less extreme 
Voorbeelden
She tried to temper her excitement with a sense of realism about the project's challenges. 

Ze probeerde haar opwinding te temperen met een gevoel van realisme over de uitdagingen van het project.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store