Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
badly
01
ernstig, zwaar
in a way that involves significant harm, damage, or danger
Voorbeelden
His leg was badly broken in the accident.
02
erg, extreem
to a strong or extreme degree, often of sensation or force
Voorbeelden
His chest hurt badly after the run.
Zijn borst deed erg zeer na het rennen.
Voorbeelden
She was badly in need of rest.
Ze had dringend rust nodig.
2.2
slecht, zwaar
in a way that shows deep sorrow, disappointment, or emotional disturbance
Voorbeelden
They reacted badly to the news.
Ze reageerden slecht op het nieuws.
Voorbeelden
Things ended badly between them.
Het liep slecht af tussen hen.
3.1
slecht, op een onbevredigende manier
in a way that is not satisfactory, acceptable, or successful
Voorbeelden
The team played badly in the second half.
Het team speelde slecht in de tweede helft.
3.2
slecht, onhandig
in an unskilled or aesthetically poor way
Voorbeelden
The play was badly directed.
Het toneelstuk was slecht geregisseerd.
04
slecht, onjuist
in a way that defies rules or proper behavior
Voorbeelden
The puppy behaved badly during training.
De puppy gedroeg zich slecht tijdens de training.
4.1
slecht, op een moreel verkeerde manier
in a morally wrong or harmful manner
Voorbeelden
He behaved badly toward his parents.
Hij gedroeg zich slecht tegenover zijn ouders.
01
berouwvol, spijtig
feeling guilty, regretful, or remorseful about something done, said, or experienced
Voorbeelden
He was badly about how the argument ended and wished he could take it back.
Lexicale Boom
badly
bad



























