Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
trouver
01
vinden
découvrir ce qu'on cherchait ou ce qui était caché
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
trouve
1e persoon meervoud
trouvons
1e persoon toekomende tijd
trouverai
onvoltooid deelwoord
trouvant
voltooid deelwoord
trouvé
1e persoon meervoud imperfectum
trouvions
Voorbeelden
J'ai trouvé mes clés sous le canapé.
Ik heb mijn sleutels onder de bank gevonden.
02
tegenkomen, geconfronteerd worden met
être confronté à quelque chose ou rencontrer une situation, souvent de manière inattendue
Voorbeelden
En route, nous avons trouvé un embouteillage énorme.
Onderweg kwamen we een enorme file tegen.
03
bedenken, ontwerpen
imaginer ou créer quelque chose pour une situation donnée ou un but précis
Voorbeelden
Elle a trouvé une excellente idée pour le projet.
Ze heeft een uitstekend idee voor het project gevonden.
04
denken, vinden
exprimer une opinion ou un jugement personnel
Voorbeelden
Je trouve que ce film est très touchant.
Ik vind deze film erg ontroerend.
05
zich bevinden, gelegen zijn
être situé ou localisé quelque part
Voorbeelden
Le musée se trouve au centre de la ville.
Het museum bevindt zich in het centrum van de stad.
06
zich beschouwen, zich waarnemen
se percevoir ou se considérer d'une certaine manière
Voorbeelden
Il se trouve très compétent dans son travail.
07
vinden, ontdekken
penser ou juger quelque chose d'une certaine manière
Voorbeelden
Je trouve ce film ennuyeux.
Ik vind deze film saai.
08
klaarspelen, tijd vinden
avoir l'occasion ou le temps de faire quelque chose
Voorbeelden
Je n'ai pas trouvé le temps de te répondre.
Ik heb geen tijd gevonden om je te antwoorden.
09
zichzelf vinden, zichzelf ontdekken
se découvrir ou apprendre à mieux se connaître soi-même
Voorbeelden
Après un long voyage, il s'est trouvé.
Na een lange reis vond hij zichzelf.



























