Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
any
01
geen, elk
used to refer to an unspecified quantity or number, especially in questions or negatives
Voorbeelden
She refused to eat any vegetables.
Ze weigerde welk groente dan ook te eten.
02
elk, welk
used to say that it does not matter which individual or amount from a group is chosen or referred to
Voorbeelden
Any student can participate, regardless of grade level.
Elke student kan deelnemen, ongeacht het cijferniveau.
2.1
elk, een of andere
used to stress that a specific or remarkable instance of something is being referred to
Voorbeelden
You ca n't trust any rumor; this one came from the mayor herself.
Je kunt geen enkel gerucht vertrouwen; deze kwam van de burgemeester zelf.
01
geen, niets
used to refer to an unspecified amount or number of something
Voorbeelden
We have plenty of chairs, so take any you like.
We hebben genoeg stoelen, dus neem elke die je leuk vindt.
02
elk, welke dan ook
used to indicate any one or more things selected from a known set or class
Voorbeelden
The illness might be due to any of the viruses tested.
De ziekte kan te wijten zijn aan elk van de geteste virussen.
any
01
niet... meer, helemaal niet
to a small or noticeable amount, used to emphasize a negative or interrogative statement
Voorbeelden
I'm not feeling any more confident about the test.
Ik voel me helemaal niet zelfverzekerder over de test.
1.1
helemaal niet, in het geheel niet
to no degree, amount, or effect
Voorbeelden
The rain did n't slow down the traffic any.
De regen vertraagde het verkeer helemaal niet.



























