Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to engrave
01
graveren, uitsnijden
to carve or cut a design or lettering into a hard surface, such as metal or stone
Transitive: to engrave a design on a surface
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
engrave
3e persoon enkelvoud
engraves
onvoltooid deelwoord
engraving
onvoltooid verleden tijd
engraved
voltooid deelwoord
engraved
Voorbeelden
The jeweler engraved the couple's initials on the wedding ring.
De juwelier graveerde de initialen van het paar op de trouwring.
02
graveren, uitsnijden
to cut a surface with a pattern, design, or letters
Transitive: to engrave a surface with a design
Voorbeelden
The artist engraved the marble surface with intricate patterns inspired by ancient mythology.
De kunstenaar graveerde het marmeren oppervlak met ingewikkelde patronen geïnspireerd door oude mythologie.
03
graveren, uitsnijden
to cut a design, image, or text onto a block of material, such as wood, metal, or linoleum, for the purpose of creating prints
Transitive: to engrave a design
Voorbeelden
The artist engraved a detailed illustration, preparing it for printing onto handmade paper.
De kunstenaar graveerde een gedetailleerde illustratie, die hij voorbereidde om af te drukken op handgemaakt papier.
04
graveren, inprenten
to imprint deeply in one's memory, leaving a lasting impression or recollection
Transitive
Voorbeelden
The traumatic experience of the accident was engraved in his mind.
De traumatische ervaring van het ongeluk was in zijn geest gegraveerd.
Lexicale Boom
engraved
engraving
engrave
grave



























