Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to blunder
01
een blunder begaan, een domme fout maken
to commit an embarrassing and serious mistake out of carelessness or stupidity
Intransitive
Voorbeelden
The comedian blundered with an inappropriate joke that offended the audience.
De komiek maakte een blunder met een ongepaste grap die het publiek beledigde.
02
een flater slaan, stotteren
to say something in a careless, foolish, or confused way
Transitive: to blunder a remark
Voorbeelden
He blundered his response, causing confusion among the audience.
Hij verprutste zijn antwoord, wat verwarring veroorzaakte onder het publiek.
03
rondtasten, onhandig bewegen
to move awkwardly or without clear direction
Intransitive: to blunder somewhere
Voorbeelden
In the thick fog, the driver blundered off the main road.
In de dikke mist dwaalde de bestuurder van de hoofdweg af.
Blunder
Voorbeelden
The referee 's blunder in calling the foul affected the outcome of the game.
De blunder van de scheidsrechter bij het fluiten van de overtreding beïnvloedde de uitslag van de wedstrijd.
02
fout, blunder
a serious tactical or positional mistake that results in a significant disadvantage or loss of material, often leading to a loss of the game



























