Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to unlock
01
ontgrendelen, openen
to use a key, code, or other method to open a lock or seal, allowing access to something that was secured
Transitive: to unlock an entrance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
unlock
3e persoon enkelvoud
unlocks
onvoltooid deelwoord
unlocking
onvoltooid verleden tijd
unlocked
voltooid deelwoord
unlocked
Voorbeelden
Before entering the room, she had to unlock the door with a key.
Voordat ze de kamer binnenkwam, moest ze de deur met een sleutel ontgrendelen.
02
ontgrendelen, openen
to become unfastened or freed from a locked or secured state
Intransitive
Voorbeelden
As she turned the key in the lock, the door unlocked with a click, allowing her to enter the room.
Toen ze de sleutel in het slot draaide, ontgrendelde de deur met een klik, waardoor ze de kamer kon binnenkomen.
03
ontgrendelen, openen
to make something available, accessible, or open up for use or access
Transitive: to unlock an opportunity or potential
Voorbeelden
The scholarship program aims to unlock educational opportunities for underprivileged students.
Het beurzenprogramma heeft tot doel onderwijs mogelijkheden voor kansarme studenten te ontgrendelen.
04
ontgrendelen, vrijgeven
to make a cell phone capable of using any carrier network rather than an specific one
Transitive: to unlock a cell phone
Voorbeelden
After unlocking his cell phone, John was able to switch to a different carrier with better coverage in his area.
Nadat hij zijn mobiele telefoon had ontgrendeld, kon John overstappen naar een andere provider met een betere dekking in zijn omgeving.



























