Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
tafel, eettafel
Ik heb na het eten de tafel afgeruimd en de afwas gedaan.
tabel, tafel
Het onderzoeksartikel bevatte een tabel die de BBP-groei in 10 landen vergeleek.
maaltijd, voedsel
Er was veel heerlijke tafel klaargemaakt voor de viering.
een tafel, een groep aan tafel
Een tafel vrienden kwam bijeen om kaarten te spelen.
hoogvlakte, tafelberg
De wandelaars bereikten een tafel met uitzicht op de vallei.
biljarttafel, speeltafel
De biljarttafel is onlangs opnieuw bedekt met groen vilt voor een betere balcontrole.
tabelleren, organiseren
De professor vroeg de studenten om hun bevindingen duidelijk te tabelleren.
uitstellen, opschorten
Ze besloten de discussie over het budget tot volgende maand te uitstellen.
indienen, voorstellen
Ze bracht een motie in om te bespreken of er meer geld naar openbare bibliotheken moet gaan.



























