Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to subside
01
afnemen, bedaren
to decline in intensity or strength
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
subside
3e persoon enkelvoud
subsides
onvoltooid deelwoord
subsiding
onvoltooid verleden tijd
subsided
voltooid deelwoord
subsided
Voorbeelden
After the storm, the winds gradually subside.
Na de storm nemen de winden geleidelijk af.
02
verzakken, zich vestigen
to go down or settle, either by sinking or gently lowering, as in buildings, on the ground, or in water
Intransitive
Voorbeelden
Following the earthquake, the buildings showed signs of subsiding, settling into their original positions.
Na de aardbeving toonden de gebouwen tekenen van verzakking, waarbij ze zich in hun oorspronkelijke posities vestigden.
03
verzakken, inzakken
(of land) to cave in or descend, often due to pressure or erosion
Intransitive
Voorbeelden
The weight of the vehicle caused the soft ground to subside, leaving deep tire tracks.
Het gewicht van het voertuig deed de zachte grond verzakken, waardoor diepe bandensporen achterbleven.
04
neerploffen, zich laten neerliggen
to allow oneself to settle down into a sitting or lying position
Intransitive: to subside into a seat | to subside onto a surface or seat
Voorbeelden
Exhausted from the long hike, she subsided onto the grass, stretching out to rest.
Uitgeput van de lange wandeling, zakte ze neer in het gras, zich uitstrekkend om te rusten.
Lexicale Boom
subsidence
subside



























