Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to diminish
01
verminderen, verkleinen
to decrease in degree, size, etc.
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
diminish
3e persoon enkelvoud
diminishes
onvoltooid deelwoord
diminishing
onvoltooid verleden tijd
diminished
voltooid deelwoord
diminished
Voorbeelden
The effects of the medication gradually diminish over time.
De effecten van de medicatie verminderen geleidelijk in de loop van de tijd.
02
verminderen, verkleinen
to lessen the perceived value, significance, or importance of someone or something
Transitive: to diminish sb/sth
Voorbeelden
The company's unethical practices have diminished its reputation in the industry and among consumers.
De onethische praktijken van het bedrijf hebben zijn reputatie in de industrie en onder consumenten verminderd.
03
afnemen, aan belang inboeten
to become less significant or decrease in importance over time
Intransitive
Voorbeelden
As the years went by, the historical significance of the event began to diminish.
Naarmate de jaren verstreken, begon het historische belang van de gebeurtenis te vermindern.
Lexicale Boom
diminished
diminishing
diminishment
diminish



























