Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rupture
01
barsten, breken
(of a pipe or similar structure) to burst or break apart suddenly
Intransitive
Voorbeelden
The earthquake caused the gas line to rupture, leading to potential hazards.
De aardbeving veroorzaakte een breuk in de gasleiding, wat tot potentiële gevaren leidde.
02
breken, verbreken
to cause an agreement or relation to be breached
Transitive: to rupture an agreement or relation
Voorbeelden
The unauthorized use of copyrighted material ruptured the licensing agreement between the publisher and the author.
Het onbevoegde gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal verbrak de licentieovereenkomst tussen uitgever en auteur.
03
scheuren, barsten
(of an internal organ) to suffer damage or tearing
Intransitive
Voorbeelden
The eardrum can rupture due to changes in pressure, causing hearing loss.
Het trommelvlies kan scheuren door veranderingen in druk, wat gehoorverlies veroorzaakt.
04
scheuren, breken
to cause an internal organs to tear
Transitive: to rupture an internal organ
Voorbeelden
Heavy lifting without proper technique can rupture the muscles in the back.
Zwaar tillen zonder de juiste techniek kan de spieren in de rug scheuren.
Rupture
01
breuk, scheur
the act of making a sudden noisy break
02
breuk, scheuring
an end to an agreement or good relations between people, states, etc.
03
ruptuur, scheur
a severe injury that causes an internal organ or soft tissue to break or tear suddenly
Voorbeelden
She felt a sudden sharp pain in her abdomen, fearing it was a sign of an appendix rupture.
Ze voelde een plotselinge scherpe pijn in haar buik, bang dat het een teken was van een ruptuur van de appendix.



























