Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rupture
01
barsten, breken
(of a pipe or similar structure) to burst or break apart suddenly
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
rupture
3e persoon enkelvoud
ruptures
onvoltooid deelwoord
rupturing
onvoltooid verleden tijd
ruptured
voltooid deelwoord
ruptured
Voorbeelden
The aging water pipe finally ruptured, causing a water leak in the basement.
De verouderde waterleiding barstte uiteindelijk, wat leidde tot een waterlek in de kelder.
02
breken, verbreken
to cause an agreement or relation to be breached
Transitive: to rupture an agreement or relation
Voorbeelden
The discovery of hidden clauses in the contract ruptured the trust between the two parties, leading to legal disputes.
De ontdekking van verborgen clausules in het contract verbrak het vertrouwen tussen de twee partijen, wat leidde tot juridische geschillen.
03
scheuren, barsten
(of an internal organ) to suffer damage or tearing
Intransitive
Voorbeelden
The eardrum can rupture due to changes in pressure, causing hearing loss.
Het trommelvlies kan scheuren door veranderingen in druk, wat gehoorverlies veroorzaakt.
04
scheuren, breken
to cause an internal organs to tear
Transitive: to rupture an internal organ
Voorbeelden
The impact of the accident was so severe that it ruptured the spleen.
De impact van het ongeluk was zo ernstig dat het de milt scheurde.
Rupture
01
breuk, scheur
the act of making a sudden noisy break
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
ruptures
02
breuk, scheuring
an end to an agreement or good relations between people, states, etc.
03
ruptuur, scheur
a severe injury that causes an internal organ or soft tissue to break or tear suddenly
Voorbeelden
A blood vessel rupture can lead to internal bleeding.
Een scheur in een bloedvat kan leiden tot inwendige bloedingen.



























