Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to nestle
01
zich nestelen, zich knus vestigen
to position oneself comfortably and cozily
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
nestle
3e persoon enkelvoud
nestles
onvoltooid deelwoord
nestling
onvoltooid verleden tijd
nestled
voltooid deelwoord
nestled
Voorbeelden
Cats often nestle in a sunny spot to relax.
Katten nestelen zich vaak op een zonnige plek om te ontspannen.
02
neerleggen, koesteren
to place a person or thing in a comfortable or safe position, often with a sense of care or affection
Transitive: to nestle sb/sth somewhere
Voorbeelden
He nestled the puppy in a cozy bed by the fireplace.
Hij nestelde de puppy in een knus bed bij de open haard.
03
nestelen, zich verstoppen
to be positioned in a tucked-away, protected, or partially concealed spot
Intransitive: to nestle somewhere
Voorbeelden
The town nestles on the edge of a quiet lake, away from the main roads.
Het stadje nestelt zich aan de rand van een rustig meer, ver van de hoofdwegen.
Nestle
01
een liefdevolle omhelzing, een langdurige omhelzing
a close and affectionate (and often prolonged) embrace
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
nestles
Lexicale Boom
nestled
nestling
nestle



























