werfen
Pronunciation
/ˈvɛʁfən/

Definitie en betekenis van "werfen"in het Duits

werfen
01

werpen, gooien

Etwas mit Kraft durch die Luft bewegen
werfen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
werfe
3e persoon enkelvoud
wirft
onvoltooid deelwoord
werfend
onvoltooid verleden tijd
warf
voltooid deelwoord
geworfen
Voorbeelden
Der Junge wirft den Ball zu seinem Hund.
De jongen gooit de bal naar zijn hond.
02

vervormen, kromtrekken

Sich verformen oder verbiegen, meist durch Feuchtigkeit, Trockenheit oder Temperaturwechsel
werfen definition and meaning
Voorbeelden
Das Parkett wirft sich, weil Wasser eingedrungen ist.
Het parket vervormt omdat water is binnengedrongen.
03

werpen, uiten

Etwas schnell oder beiläufig äußern oder erstellen
werfen definition and meaning
Voorbeelden
Sie warf die Idee während des Meetings auf.
Ze wierp het idee op tijdens de vergadering.
04

baren, jongen werpen

Junge gebären
Voorbeelden
Unsere Hündin hat fünf Welpen geworfen.
Onze teef heeft vijf puppy's geworpen.
05

zich werpen

Sich schnell oder heftig auf etwas oder jemanden stürzen
Voorbeelden
Die Katze warf sich auf die Maus.
Zich werpen op de muis, de kat viel aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store