werfen
werfen
vɛɐfən
vefēn
werdenwerbenwertenwerken

Definitie en betekenis van "werfen"in het Duits

werfen
01

werpen, gooien

Etwas mit Kraft durch die Luft bewegen 
werfen definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
werfe
3e persoon enkelvoud
wirft
onvoltooid deelwoord
werfend
onvoltooid verleden tijd
warf
voltooid deelwoord
geworfen
Voorbeelden
Er wirft den Ball zu seinem Freund. 

Hij gooit de bal naar zijn vriend.

02

vervormen, kromtrekken

Sich verformen oder verbiegen, meist durch Feuchtigkeit, Trockenheit oder Temperaturwechsel 
werfen definition and meaning
Voorbeelden
Die Holztür hat sich geworfen und schließt nicht mehr richtig. 

De houten deur is vervormd en sluit niet meer goed.

03

werpen, uiten

Etwas schnell oder beiläufig äußern oder erstellen 
werfen definition and meaning
Voorbeelden
Er warf eine Frage in die Runde. 

Hij wierp een vraag in de discussie.

04

baren, jongen werpen

Junge gebären 
Voorbeelden
Unsere Katze hat gestern drei Kätzchen geworfen. 

Onze kat heeft gisteren drie kittens geworpen.

05

zich werpen

Sich schnell oder heftig auf etwas oder jemanden stürzen 
Voorbeelden
Der Tiger warf sich auf die Beute. 

De tijger wierp zich op zijn prooi.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store