Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
pour
01
voor
indique l'objectif, la destination, ou la cause de quelque chose
grammaticale informatie
Voorbeelden
Ce cadeau est pour toi.
02
vanwege, door
indiquer la cause , la raison ou le motif de quelque chose
Voorbeelden
Il a été puni pour son comportement.
Hij werd gestraft vanwege zijn gedrag.
03
naar
indiquer la destination ou le lieu vers lequel on se dirige
Voorbeelden
Il part pour Paris demain.
Hij vertrekt morgen naar Parijs.
04
voor, gedurende
indiquer la durée prévue ou destinée d'une action
Voorbeelden
Il part en vacances pour deux semaines.
Hij gaat voor twee weken op vakantie.
05
voor
indiquer l'intention, le but ou la considération
Voorbeelden
Pour moi, c'est une bonne idée.
Voor mij is het een goed idee.
06
in plaats van, als vervanging voor
à la place de quelqu'un ou de quelque chose
Voorbeelden
Il parle pour son frère absent.
Hij spreekt voor zijn afwezige broer.
07
per, voor
indiquant une proportion ou une répartition
Voorbeelden
Il gagne dix euros pour heure.
Hij verdient tien euro per uur.
08
vergeleken met, ten opzichte van
indiquer une proportion, une comparaison ou un rapport
Voorbeelden
C'est beaucoup pour un enfant de son âge.
Dat is veel voor een kind van zijn leeftijd.
09
als, in de hoedanigheid van
indiquer une fonction, un rôle ou une qualité
Voorbeelden
Il travaille pour professeur dans une école.
Hij werkt als leraar op een school.
01
voor
qui exprime l'approbation ou l'accord avec quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
pour
mannelijk meervoud
pour
vrouwelijk enkelvoud
pour
vrouwelijk meervoud
pour
Voorbeelden
Je suis pour cette décision.
Ik ben voor deze beslissing.
Le pour
01
voordeel, pro
argument ou raison qui soutient une décision ou un choix
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
pour
Voorbeelden
Le pour de cette solution est sa rapidité.
Het argument voor deze oplossing is de snelheid ervan.
pour
01
voor, ten gunste van
marquer le soutien, l'approbation ou le choix de quelqu'un ou de quelque chose
grammaticale informatie
Voorbeelden
Ils ont voté pour le candidat indépendant.
Ze stemden voor de onafhankelijke kandidaat.



























