Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
gespikkeld, gevlekt
qui présente des petites taches ou marques
Voorbeelden
Le cheval a un pelage piqué.
Het paard heeft een gespikkelde vacht.
02
gek, excentriek
qui est un peu fou, excentrique ou original dans son comportement
Voorbeelden
Les voisins disent qu' il est piqué.
De buren zeggen dat hij excentriek is.
03
staccato, afgehakt
joué de façon brève et détachée, en musique
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus piqué
vergrotende trap
plus piqué
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
piqué
mannelijk meervoud
piqués
vrouwelijk enkelvoud
piquée
vrouwelijk meervoud
piquées
Voorbeelden
Les élèves pratiquent des passages piqués au piano.
De leerlingen oefenen staccato passages op de piano.
04
gequilt, gevoerd
qui a deux couches, souvent avec un rembourrage entre elles
Voorbeelden
Les gants piqués protègent mieux du froid.
De gevoerde handschoenen beschermen beter tegen de kou.
Le piqué
01
scherpe daling, instorting
chute rapide et brutale, souvent utilisée pour la bourse ou la valeur d'un objet
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
piqués
Voorbeelden
Le piqué du prix de l' or inquiète les économistes.
De daling van de goudprijs maakt economen ongerust.



























