Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
gespikkeld, gevlekt
qui présente des petites taches ou marques
Voorbeelden
Le tissu est piqué de petites taches blanches.
De stof is gespikkeld met kleine witte vlekken.
02
gek, excentriek
qui est un peu fou, excentrique ou original dans son comportement
Voorbeelden
Il a un caractère un peu piqué mais sympathique.
Hij heeft een karakter dat een beetje vreemd maar sympathiek is.
03
staccato, afgehakt
joué de façon brève et détachée, en musique
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
voltooid-deelwoordelijk bijvoeglijk naamwoord
kwalitatief
overtreffende trap
le plus piqué
vergrotende trap
plus piqué
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
piqué
mannelijk meervoud
piqués
vrouwelijk enkelvoud
piquée
vrouwelijk meervoud
piquées
Voorbeelden
Le violoniste joue la mélodie de façon piquée.
De violist speelt de melodie op staccato wijze.
04
gequilt, gevoerd
qui a deux couches, souvent avec un rembourrage entre elles
Voorbeelden
Cette veste est piquée et très chaude.
Dit jack is gevoerd en erg warm.
Le piqué
01
scherpe daling, instorting
chute rapide et brutale, souvent utilisée pour la bourse ou la valeur d'un objet
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
piqués
Voorbeelden
Le piqué de la valeur de l'action a surpris les investisseurs.
De plotselinge daling van de aandelenwaarde verraste de beleggers.



























