occuper
Pronunciation
/ɔkype/

Definitie en betekenis van "occuper"in het Frans

occuper
01

bewonen, wonen in

habiter un lieu, y vivre
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Ils occupent un appartement au centre - ville.
Bezetten een appartement in het centrum van de stad.
02

bezig zijn, bezig zijn met iets

être engagé ou absorbé dans une activité
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Il s' occupe à préparer la réunion.
Hij bezig is met het voorbereiden van de vergadering.
03

bezig houden, vermaak bieden

tenir quelqu'un ou quelque chose occupé, divertir ou engager
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Nous devons occuper les invités pendant la fête.
We moeten de gasten tijdens het feest bezig houden.
04

bezetten, innemen

prendre possession d'un lieu, souvent par la force ou le contrôle
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Les manifestants ont occupé la place centrale.
De demonstranten bezette het centrale plein.
05

innemen, gebruiken

prendre ou utiliser une surface, un temps, une place ou un rôle
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Elle occupe un poste important dans l' entreprise.
Zij bekleedt een belangrijke functie in het bedrijf.
06

zorgen voor, verzorgen

prendre soin de quelqu'un ou de quelque chose
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Ils s' occupent des animaux au refuge.
Zij zorgen voor de dieren in het asiel.
07

zich bezighouden met, verantwoordelijk zijn voor

être responsable de quelque chose ou de quelqu'un
occuper definition and meaning
example
Voorbeelden
Ils s' occupent de l' organisation de l' événement.
Zij zorgen voor de organisatie van het evenement.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store