Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mettre
01
leggen, plaatsen
placer quelque chose dans un endroit spécifique
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
mets
1e persoon meervoud
mettons
1e persoon toekomende tijd
mettrai
onvoltooid deelwoord
mettant
voltooid deelwoord
mis
1e persoon meervoud imperfectum
mettions
Voorbeelden
Je mets les clés sur la table en rentrant.
Ik leg de sleutels op tafel als ik thuiskom.
02
aantrekken, opzetten
revêtir un vêtement ou un accessoire
Voorbeelden
Je mets mon manteau parce qu'il fait froid.
Ik trek mijn jas aan omdat het koud is.
03
wijden, toewijden
onsacrer ou allouer quelque chose (temps, argent, effort)
Voorbeelden
Elle met deux heures par jour à étudier le français.
Ze besteedt twee uur per dag aan het studeren van Frans.
04
noteren, opschrijven
noter ou enregistrer quelque chose par écrit
Voorbeelden
Il met ses idées sur le carnet.
Hij schrijft zijn ideeën op in het notitieboek.
05
aanzetten, inschakelen
faire fonctionner, activer ou allumer quelque chose
Voorbeelden
Il met la lumière dans la chambre.
Zet het licht in de kamer aan.
06
aannemen, veronderstellen
considérer quelque chose comme vrai, supposer ou établir une hypothèse
Voorbeelden
On met que ce projet réussira.
We zetten dat dit project zal slagen.
07
zich positioneren
prendre place dans une position ou un endroit spécifique
Voorbeelden
Tout le monde s'est mis en cercle pour discuter.
Iedereen ging in een kring staan om te discussiëren.
08
beginnen met, aanvangen met
commencer à faire quelque chose
Voorbeelden
Je me mets à travailler à 8h tous les matins.
Ik begin elke ochtend om 8 uur te werken.
09
enfiler des vêtements , s'habiller
Voorbeelden
Il se met rapidement avant de sortir.
10
wedden
engager une somme d'argent dans un jeu ou un pari
Voorbeelden
Il a mis cinquante euros sur ce cheval.
Hij zette vijftig euro op dat paard.
11
overweg kunnen met, zich aanpassen aan
s'adapter à quelqu'un, trouver un accord ou une entente
Voorbeelden
Il se met facilement avec ses collègues.
Hij kan gemakkelijk met zijn collega's overweg.



























