emballer
emballer
ɑ̃bale
aabale

Definitie en betekenis van "emballer"in het Frans

emballer
01

inpakken, verpakken

mettre un produit ou un cadeau dans un emballage (papier, boîte, plastique, etc.) 
emballer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
emballe
1e persoon meervoud
emballons
1e persoon toekomende tijd
emballerai
onvoltooid deelwoord
emballant
voltooid deelwoord
emballé
1e persoon meervoud imperfectum
emballions
Voorbeelden
Elle a emballé le cadeau avec un joli papier. 

Verpakte het cadeau met mooi papier.

02

enthousiasmeren, meeslepen

provoquer une grande excitation ou enthousiasme chez quelqu'un 
emballer definition and meaning
Voorbeelden
Le spectacle a vraiment emballé le public. 

De show heeft het publiek echt meegesleept.

03

op hol slaan

commencer à aller très vite, perdre le contrôle de sa vitesse (souvent pour un animal ou un véhicule) 
emballer definition and meaning
Voorbeelden
Le cheval s'emballe quand il entend un bruit fort. 

Het paard schiet plotseling op hol wanneer het een hard geluid hoort.

04

zich laten meeslepen, de zelfbeheersing verliezen

se laisser emporter par ses émotions, perdre la maîtrise de soi-même, s'exciter de façon excessive 
emballer definition and meaning
Voorbeelden
Ne t'emballe pas, il faut réfléchir calmement. 

Laat je niet meeslepen, je moet rustig nadenken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store