déboîter
Pronunciation
/debwate/

Definitie en betekenis van "déboîter"in het Frans

déboîter
01

ontwrichten, uit de kom schieten

séparer une pièce de son emplacement ou de son articulation en la tirant ou en la forçant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
déboîte
1e persoon meervoud
déboîtons
1e persoon toekomende tijd
déboîterai
voltooid deelwoord
déboîté
1e persoon meervoud imperfectum
déboîtions
Voorbeelden
Le mécanicien a déboîté la roue pour vérifier le frein.
De monteur haalde het wiel eruit om de rem te controleren.
02

uit de kom schieten, uit zijn voeg raken

sortir de son emplacement ou de son articulation de façon brutale ou accidentelle
Voorbeelden
Le tiroir a déboîté d' un coup.
De lade sprong plotseling uit zijn plaats.
03

plotseling van rijstrook wisselen, uit zijn rijstrook gaan

changer de file brusquement ou sortir de sa voie en roulant
Voorbeelden
La moto a déboîté trop vite et a failli tomber.
De motor wisselde te snel van rijstrook en viel bijna om.
04

ontwrichten, uit de kom schieten

sortir de son articulation de manière brutale ou accidentelle
Voorbeelden
Son doigt s' est déboîté lorsqu' il a frappé la table.
Zijn vinger ontwrichtte toen hij op de tafel sloeg.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store