Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
déborder
01
overlopen, overstromen
dépasser les limites d'un contenant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
déborde
1e persoon meervoud
débordons
1e persoon toekomende tijd
déborderai
onvoltooid deelwoord
débordant
voltooid deelwoord
débordé
1e persoon meervoud imperfectum
débordions
Voorbeelden
Attention, la rivière risque de déborder.
Let op, de rivier dreigt over te stromen.
02
overstromen, overlopen
être rempli à excès (émotions, énergie, vie)
Voorbeelden
Les enfants débordent d' énergie le matin.
De kinderen borrelen van energie in de ochtend.
03
overstromen, uit de oevers treden
sortir de son lit (pour une rivière ou un cours d'eau)
Voorbeelden
Le quartier est inondé car la Loire a débordé.
De wijk staat onder water omdat de Loire overstroomd is.
04
de grenzen overschrijden, te ver gaan
aller au-delà des limites raisonnables
Voorbeelden
Elle déborde toujours dans son enthousiasme.
Ze overschrijdt altijd de grenzen in haar enthousiasme.



























