Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
couper
01
snijden, verdelen
diviser en parties à l'aide d'un instrument tranchant
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
coupe
1e persoon meervoud
coupons
1e persoon toekomende tijd
couperai
onvoltooid deelwoord
coupant
voltooid deelwoord
coupé
1e persoon meervoud imperfectum
coupions
Voorbeelden
Je coupe les légumes pour la soupe.
Ik snijd de groenten voor de soep.
02
knippen, bijknippen
effectuer une action de réduction de longueur sur ses propres extrémités corporelles
Voorbeelden
Elle se coupe les cheveux elle-même chaque mois.
Ze knipt elke maand haar eigen haar.
03
zich snijden, zich verwonden
s'infliger une blessure avec un objet tranchant
Voorbeelden
Elle s'est coupée en épluchant des légumes.
Ze heeft zich gesneden tijdens het schillen van groenten.
04
snijden
déplacer du contenu vers le presse -papiers en le supprimant de son emplacement d'origine
Voorbeelden
Coupe ce texte et colle-le dans l'autre document.
05
afsnijden, onderbreken
interrompre un flux, une communication ou un accès
Voorbeelden
La tempête a coupé la route principale.
De storm sneed de hoofdweg af.
06
afsnijden, wegnemen
faire disparaître temporairement la sensation de faim
Voorbeelden
Ce verre de jus m'a complètement coupé l'appétit.
Dit glas sap heeft mijn eetlust volledig verdorven.
07
snijden, overtroeven
jouer une carte d'une couleur différente de celle demandée
Voorbeelden
Il a coupé l'as de pique avec un petit cœur.
Hij sneed de aas van schoppen met een kleine harten.
08
castreren, steriliseren
rendre un animal incapable de reproduction
Voorbeelden
Le vétérinaire a coupé notre chat mâle hier.
De dierenarts heeft onze kater gisteren gecastreerd.
09
knippen, overgaan naar een andere scène
passer à un autre plan ou une autre scène
Voorbeelden
Le film coupe brusquement à un gros plan.
De film snijdt abrupt naar een close-up.



























