dirigir
Pronunciation
/dˌiɾixˈiɾ/

Definitie en betekenis van "dirigir"in het Spaans

dirigir
01

beheren, besturen

mandar, administrar o controlar una organización, grupo o actividad
dirigir definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
dirijo
3e persoon enkelvoud
dirige
onvoltooid deelwoord
dirigiendo
onvoltooid verleden tijd
dirigí
voltooid deelwoord
dirigido
Voorbeelden
Dirigir un proyecto grande requiere mucha responsabilidad.
Leiden van een groot project vereist veel verantwoordelijkheid.
02

regisseren

ser el responsable de la puesta en escena y la guía artística de una película, obra de teatro u otra producción
dirigir definition and meaning
Voorbeelden
Mi sueño es dirigir un largometraje algún día.
Mijn droom is om ooit een speelfilm te regisseren.
03

toespreken, zich richten tot

hablar o actuar con alguien, especialmente al iniciar una comunicación
dirigir definition and meaning
Voorbeelden
El candidato se dirigió a los votantes en su discurso.
De kandidaat richtte zich tot de kiezers in zijn toespraak.
04

dirigeren

guiar a un grupo de músicos durante una interpretación
dirigir definition and meaning
Voorbeelden
Dirigió la sinfonía completa sin usar partitura.
Hij dirigeerde de volledige symfonie zonder partituur te gebruiken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store